ECLI:NL:CRVB:2022:1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- K.H. Sanders
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding zonder recht op ontslagvergoeding
Appellante was sinds 2003 werkzaam bij Staatsbosbeheer en ervoer vanaf 2011 ernstige problemen in de communicatie met haar leidinggevenden, wat leidde tot meerdere overplaatsingen en een langdurig verbetertraject. Ondanks positieve afsluiting van het verbetertraject in 2019, bleef appellante terugvallen in problematisch gedrag zoals te laat komen en het niet nakomen van afspraken, wat de arbeidsverhoudingen verder verstoorde.
De directeur verleende appellante ontslag op grond van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, nadat herplaatsing niet mogelijk bleek. De rechtbank vernietigde het ontslag op de primaire grond wegens onbekwaamheid, maar verklaarde het ontslag op de subsidiaire grond rechtsgeldig, waarbij het aandeel van beide partijen in de verstoorde relatie als gelijk werd beoordeeld, waardoor geen ontslagvergoeding werd toegekend.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord was en dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van de directeur kon worden verlangd. Tevens is het aandeel van de directeur niet overwegend, zodat appellante geen recht heeft op een ontslagvergoeding. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd zonder toekenning van een ontslagvergoeding.