ECLI:NL:CRVB:2022:1628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek met buikpijnklachten en ontving een Ziektewetuitkering vanaf oktober 2018. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat zij met beperkingen nog 100% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering per 27 maart 2020. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet verder reikten dan vastgesteld en dat de arbeidskundige beoordeling juist was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder endometriose en borderline persoonlijkheidsstoornis, meer beperkingen veroorzaakten dan erkend, waardoor zij de geselecteerde functies niet kon verrichten. Zij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het standpunt dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had gemotiveerd. De medische gegevens en aanvullende rapporten boden geen aanleiding tot meer beperkingen of urenbeperking. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens bevestigd. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen.