ECLI:NL:CRVB:2022:1641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- K.H. Sanders
- Rechtspraak.nl
Geen recht op schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband tussen benzeenblootstelling en AML
Appellant, werkzaam bij Wetterskip Fryslân, werd in 2018 gediagnosticeerd met acute myeloïde leukemie (AML). Hij stelde dat deze ziekte het gevolg was van blootstelling aan benzeen tijdens werkzaamheden na een brand in 2000. Het dagelijks bestuur weigerde aansprakelijkheid te erkennen, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan een zorgplicht heeft om schade aan ambtenaren te voorkomen, maar dat appellant het causaal verband tussen zijn werkzaamheden en de ziekte onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
Medische adviezen gaven aan dat het verband tussen benzeenblootstelling en AML niet evident is en dat het lange tijdsverloop en de korte blootstelling de waarschijnlijkheid van een verband verminderen. De omkeringsregel werd niet toegepast vanwege de onzekerheid van het verband.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, waarmee appellant geen recht op schadevergoeding kreeg toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.