ECLI:NL:CRVB:2022:1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en champignonplukster en ontving sinds september 2016 een WW-uitkering. Na ziekmelding in juni 2017 wegens klachten na een auto-ongeval, kreeg zij een Ziektewet-uitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 28 juli 2018 op grond van een eerstejaars ZW-beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellante juist waren vastgesteld. De functies die zij nog kon verrichten waren medisch geschikt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten verband hielden met het ongeval en verwees naar medische stukken, maar de Raad concludeerde dat deze geen nieuwe relevante informatie bevatten.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding, waaronder wettelijke rente, werd afgewezen. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 28 juli 2018 en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.