ECLI:NL:CRVB:2022:1649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na eerstejaarsbeoordeling met juiste medische grondslag
Appellant, een voormalig metaalmedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering die door het UWV werd beëindigd na een eerstejaarsbeoordeling. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundige berekende dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, met name zijn reuma, schouderproblemen, oogklachten en energietekort.
De Raad oordeelde dat de medische informatie waarop appellant zich baseerde het oordeel van de rechtbank niet aantastte. De beperkingen in de FML waren adequaat vastgesteld en de geselecteerde functies waren passend. Ook werd vastgesteld dat de klachten na de datum in geding niet konden worden betrokken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens juiste vaststelling van belastbaarheid.