ECLI:NL:CRVB:2022:1656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen bij Wajong-uitkering en studiefinanciering
Appellante, ontvanger van een Wajong-uitkering en studiefinanciering, werd geconfronteerd met vorderingen wegens meerinkomen over de jaren 2015 en 2016. De minister legde deze vorderingen op omdat appellante haar bijverdiengrens had overschreden, waarbij de Wajong-uitkering werd meegeteld als bijverdienste.
De rechtbank Gelderland verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. Appellante voerde aan dat de minister tekort was geschoten in de informatieplicht, omdat in de folders over 2015 en 2016 niet expliciet werd vermeld dat een Wajong-uitkering meetelt als bijverdienste. Zij stelde dat zij hierdoor niet tijdig had kunnen handelen om overschrijding te voorkomen.
De Centrale Raad oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat voor de minister om in de informatievoorziening alle inkomensbestanddelen te specificeren die meetellen voor de bijverdienregeling. Het is aan de studerende om bij onduidelijkheid zelf gerichte informatie in te winnen. De omstandigheden rechtvaardigen geen toepassing van de hardheidsclausule. De vorderingen zijn in overeenstemming met de wet en de aangevallen uitspraken worden bevestigd met verbeterde motivering.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vorderingen wegens meerinkomen over 2015 en 2016 en wijst het hoger beroep af.