ECLI:NL:CRVB:2022:17
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van bijstand wegens niet-gemelde inkomsten uit stortingen en bijschrijvingen
Appellante ontvangt sinds november 2016 bijstand en heeft in het kader van een heronderzoek bankafschriften over de periode januari 2017 tot juni 2018 verstrekt. Uit deze afschriften bleek dat er contante stortingen en bijschrijvingen van derden op haar rekening plaatsvonden die zij niet had gemeld. Het college heeft daarom de bijstand herzien en een terugvordering ingesteld.
Appellante voerde aan dat de stortingen afkomstig waren uit de verkoopopbrengst van haar bedrijfsautobus, een lening van haar zoon, en betalingen voor zakelijke kosten. De Raad oordeelde dat zij dit niet aannemelijk had gemaakt en dat stortingen en bijschrijvingen in principe als inkomen moeten worden aangemerkt volgens vaste rechtspraak.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd omdat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van bijstand door het college bevestigd.