ECLI:NL:CRVB:2022:1713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding bij aanvraag WW en bijzondere bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en diende op 18 oktober 2018 een aanvraag in voor een WW-uitkering van minimaal € 2.500,-, welke door het college werd afgewezen. Tevens vroeg appellant bijzondere bijstand aan voor kosten van rechtsbijstand, die gedeeltelijk werd toegekend maar later werd ingetrokken en teruggevorderd.
Het college verklaarde het bezwaar tegen het WW-besluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees de overige bezwaren ongegrond. De rechtbank handhaafde deze besluiten, hoewel zij constateerde dat het college appellant ten onrechte niet in bezwaar had gehoord bij enkele besluiten, maar paste dit gebrek onder toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege ziekte niet kon verschijnen en dat hij een vergoeding voor geleden schade als gevolg van het niet helpen bij het vinden van werk verdiende. Deze gronden werden verworpen omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend, de overschrijding niet verschoonbaar was en appellant geen verzoek tot uitstel had gedaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het WW-besluit is niet tijdig ingediend en niet verschoonbaar, waardoor het hoger beroep ongegrond is verklaard.