ECLI:NL:RBDHA:2020:8243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht niet in bezwaar gehoord en terugvordering bijzondere bijstand bevestigd
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag werkloosheidsuitkering en de terugvordering van bijzondere bijstand voor griffierecht. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees de overige bezwaren af. De rechtbank constateert dat eiser ten onrechte niet in bezwaar is gehoord, maar passeert dit gebrek omdat eiser in beroep zijn standpunt kon toelichten.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de afwijzing van de werkloosheidsuitkering terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen. De bijzondere bijstand is terecht ingetrokken en teruggevorderd omdat eiser het griffierecht niet hoefde te betalen. Er zijn geen dringende redenen voor kwijtschelding, aangezien eiser geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen aannemelijk heeft gemaakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €47,- aan eiser te vergoeden. De rechtbank wijst erop dat de stelling dat verweerder zijn hulpverplichtingen niet nakomt buiten het kader van het geschil valt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijzondere bijstand bevestigd, met vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiser.