Uitspraak
21 959 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet vanaf februari 2019. In april 2020 ontving het college een signaal dat appellant gedetineerd was sinds 21 april 2020. Het college trok de bijstand met ingang van die datum in en vorderde de kosten over de periode tot eind mei 2020 terug wegens het niet melden van de detentie.
Appellant voerde aan dat beperkende maatregelen tussen 21 april en 13 mei 2020 het onmogelijk maakten om het college te informeren. De Raad oordeelde echter dat uit het bevel van beperkingen blijkt dat appellant wel contact mocht hebben met zijn raadsman en justitiële autoriteiten, en dat het niet aannemelijk is gemaakt dat melding onmogelijk was. Ook na het opheffen van beperkingen heeft appellant geen melding gedaan.
De Raad bevestigde dat op grond van de Participatiewet geen recht op bijstand bestaat tijdens detentie, ook niet als de strafzaak later wordt geseponeerd. Het hoger beroep faalde en de intrekking en terugvordering van bijstand bleven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.