Uitspraak
20 740 ZW-T
)
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als metaalbewerker, meldde zich ziek na een val op het werk met elleboogklachten en ontving ziekengeld van het UWV. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling in mei 2018 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast, waarna het UWV in juni 2018 besloot het ziekengeld te beëindigen omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Appellant voerde in bezwaar en beroep medische informatie aan, waaronder operaties in Turkije in 2019, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet nieuwe medische stukken niet toe wegens strijd met de goede procesorde. In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat beperkingen ten aanzien van hand- en vingergebruik onterecht niet waren meegenomen.
De Raad concludeert dat het onderzoek van de verzekeringsarts onvoldoende was, met name ten aanzien van hand- en vingergrepen en fijne motoriek, en dat de motivering van het UWV niet toereikend is. Daarom is het besluit onzorgvuldig voorbereid en gebrekkig gemotiveerd, in strijd met de Awb. De Raad beveelt het UWV aan binnen vier weken de gebreken te herstellen om tot een definitieve beslissing te komen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over het beëindigen van ziekengeld binnen vier weken te herstellen wegens onzorgvuldige voorbereiding en gebrekkige motivering.