ECLI:NL:CRVB:2022:1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding resterende studieschuld wegens niet voldoen aan kwijtscheldingsbeleid
Appellant heeft een studieschuld opgebouwd op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en verzocht om kwijtschelding van de resterende schuld van €231,77 vanwege medische omstandigheden. De minister heeft dit verzoek afgewezen op basis van medisch advies dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor kwijtschelding en geen gelijkstelling met de in het beleid genoemde categorieën mogelijk is.
De rechtbank Limburg heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank vond de medische rapportages van de medisch adviseur voldoende gemotiveerd en stelde vast dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die het oordeel konden weerleggen. Ook is vastgesteld dat de hardheidsclausule niet van toepassing is en dat appellant geen hoorplicht heeft gemist.
In hoger beroep heeft appellant geen wezenlijk nieuwe gronden aangevoerd en slechts zijn eerdere argumenten herhaald, waaronder het verzoek tot een hoorzitting. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit. Tevens is appellant geïnformeerd dat de vervallen termijnen van zijn studieschuld zijn overgedragen aan een deurwaarder en dat er geen reguliere studieschuld meer openstaat.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de resterende studieschuld wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.