ECLI:NL:CRVB:2022:1781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens te late aanvraag voor kosten bewindvoering
Appellant is onder bewind gesteld per 27 maart 2019 en vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering en griffierecht. De aanvraag werd pas op 3 juni 2019 ingediend, terwijl appellant zich op 10 april 2019 had gemeld. Het college kende bijstand toe vanaf de aanvraagdatum en wees kosten voorafgaand daaraan af wegens te late indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de aanvraag niet spoedig genoeg was ingediend, waardoor het college terecht uitging van de datum van de aanvraag. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden.
Het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college, dat kosten met terugwerkende kracht toekent indien binnen een maand aangevraagd, werd consistent toegepast. Appellant maakte geen beroep op fundamentele rechten. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wegens te late aanvraag wordt bevestigd.