ECLI:NL:CRVB:2022:1796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en juiste Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellant, voormalig baliemedewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat uit een eerstejaars beoordeling bleek dat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard na een hernieuwd medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren en fysieke klachten, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd geacht.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de kwetsbare persoonlijkheid van appellant in de FML was meegenomen door extra beperkingen op te nemen. De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.