ECLI:NL:CRVB:2022:1830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IVA-uitkering zonder terugwerkende kracht bij ontbreken bijzonder geval
Appellant, werkzaam als loodgieter, meldde zich in 2012 ziek met nek- en knieklachten en ontving aanvankelijk geen WIA-uitkering. Na een verslechtering van zijn gezondheid in 2018, waarbij polyneuropathie werd vastgesteld, vroeg hij een IVA-uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 2005. Het UWV wees dit af, waarna na bezwaar en herbeoordeling een IVA-uitkering werd toegekend met ingang van 6 november 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de ingangsdatum ongegrond, stellende dat het recht op uitkering slechts in bijzondere gevallen verder terug kan worden vastgesteld dan 52 weken voor de aanvraagdatum. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onvoldoende zicht had op zijn aandoening en dat er sprake was van alcoholmisbruik, waardoor een bijzonder geval zou bestaan.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet eerder een aanvraag kon indienen. De stelling dat zijn aandoening hem belemmerde om eerder te handelen, werd niet gevolgd. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering niet met meer dan één jaar terugwerkende kracht wordt toegekend.