Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij hij voor 37,48% arbeidsongeschikt werd geacht, later aangepast naar 37,40% met een ingangsdatum van 1 december 2021. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep meldde appellant toegenomen klachten, waardoor hij vanaf 1 december 2021 een WIA-uitkering op basis van volledige arbeidsongeschiktheid ontving, waardoor de hoogte van de uitkering voor de periode in geschil niet wijzigt.
De Centrale Raad van Beroep stelde appellant in de gelegenheid om nadere belangen bij beoordeling van het besluit toe te lichten, maar deze toelichting bleef uit. Volgens vaste rechtspraak is procesbelang alleen aanwezig indien het beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en voor appellant betekenis heeft.
Omdat appellant geen procesbelang heeft, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten of griffierechtvergoeding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.