ECLI:NL:CRVB:2022:1886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft laattijdig een Wajong-uitkering aangevraagd vanwege psychische klachten. Het UWV heeft haar aanvraag afgewezen omdat zij arbeidsvermogen bezit, wat is bevestigd door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige na zorgvuldig onderzoek.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was en dat appellante ten minste één uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is. Appellante kon basale werknemersvaardigheden uitvoeren en een taak als handmatig afwassen verrichten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank. Het overgelegde zorgplan bevestigde dat appellante functioneert binnen de gestelde belastbaarheid. De Raad oordeelde dat tijdsverloop voor risico van appellante komt en dat de omstandigheden van passend werk en begeleiding geen invloed hebben op de beoordeling op haar achttiende verjaardag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.