ECLI:NL:CRVB:2022:1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Indicatie banenafspraak ondanks psychische en lichamelijke beperkingen
Appellante ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet en heeft een Indicatie banenafspraak aangevraagd bij het UWV, welke is afgewezen omdat zij volgens het UWV in staat is een drempelfunctie productiemedewerker te verrichten.
De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd, waarbij het rapport van medisch adviseur Den Daas, die ernstige geestelijke aandoeningen stelde, niet tot een ander oordeel leidde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft deze diagnoses weersproken en de beperkingen van appellante als minder ernstig beoordeeld.
In hoger beroep voert appellante aan dat zij vanwege smetvrees, lichamelijke klachten en psychische aandoeningen niet in staat is de drempelfunctie uit te voeren. De Raad volgt het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen van appellante haar niet verhinderen de functie uit te oefenen.
De Raad concludeert dat appellante met haar beperkingen het werk kan verrichten, dat het werk voornamelijk zittend is met voldoende vertredingsmogelijkheden en dat appellante geacht wordt het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Indicatie banenafspraak bevestigd.