ECLI:NL:CRVB:2022:1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellant, laatst werkzaam als beveiliger, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant volgens een verzekeringsarts meer dan 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door psychische en lichamelijke klachten meer beperkt is dan aangenomen. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant ernstige agressie- en impulsregulatiestoornissen heeft met beperkingen die niet in de eerdere beoordeling waren meegenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep betwistte dit, maar de Raad vond het deskundigenrapport overtuigend.
De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het bestreden besluit onjuist is, vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV, en beval een nieuwe beslissing waarbij de beperkingen volgens het deskundigenrapport moeten worden meegenomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het UWV dient opnieuw te beslissen met inachtneming van het deskundigenrapport.