ECLI:NL:CRVB:2022:1925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WAO-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 december 2019, waarin het Uwv had geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen aan verzoeker. Verzoeker heeft bij brief van 14 januari 2020 verzocht om herziening van deze uitspraak, stellende ziek te zijn en niet in staat tot werken.
De Raad overweegt dat het verzoek moet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, Awb, die vereisen dat nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Raad stelt vast dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, maar slechts een hernieuwde beoordeling van reeds bekende en beoordeelde informatie wenst.
De Raad benadrukt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak te voeren. Gelet hierop wijst de Raad het verzoek om herziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen in het openbaar en schriftelijk vastgelegd door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.