ECLI:NL:CRVB:2022:1941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing volledig arbeidsongeschikt op grond van medische beoordeling EZWb
Appellante, werkzaam als verzorgende, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit op basis van medische rapporten en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de FML passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name ten aanzien van haar slaapproblemen, hoofdpijn en duizeligheid, en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad beoordeelde de medische rapporten, waaronder die van verzekeringsarts Van Amelsfoort en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan het criterium van wisselende belastbaarheid en dat de klachten niet zodanig ernstig waren dat volledige arbeidsongeschiktheid kon worden aangenomen. De Raad volgde het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en vond geen aanleiding tot benoeming van een deskundige.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de EZWb is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.