ECLI:NL:CRVB:2022:1992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering op grond van medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als woonbegeleidster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering op basis van een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling, waarbij werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond na aanvullend onderzoek. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onjuist waren beoordeeld en onvoldoende in samenhang waren bekeken. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen nieuwe medische informatie was die aanleiding gaf tot een ander oordeel. De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde op basis van de medische en arbeidskundige rapporten.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak gehandhaafd blijft en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante op basis van voldoende medische en arbeidskundige gronden.