ECLI:NL:CRVB:2022:2035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na eerste ziektejaar
Appellante was werkzaam als postsorteerder en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij geschikt was voor bepaalde functies zonder urenbeperking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgelegd. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen, met name haar behoefte aan rustmomenten en schouderklachten.
De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige rapporten volledig en gemotiveerd waren, waarbij alle relevante informatie was meegewogen. Er was geen medische onderbouwing voor een urenbeperking of ongeschiktheid voor de geselecteerde functies. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.