Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college wees deze aanvraag bij besluit van 18 maart 2019 af, wat bij bezwaar op 30 juli 2019 werd gehandhaafd.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat appellant recht heeft op opvang vanaf één week na de uitspraak. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanaf de datum van de aanvraag recht had op opvang en dat hij schade had geleden doordat hij zijn verblijfplaats niet kon duiden, waardoor hij slechts over een beperkte periode bijstand ontving.
Het college voerde aan dat appellant geen procesbelang had omdat het onaannemelijk was dat hij schade had geleden; hij had immers geen bijstand ontvangen vanwege het niet nakomen van zijn inlichtingenverplichting. De Raad oordeelde dat appellant geen belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.