ECLI:NL:CRVB:2022:2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling door UWV bevestigd
Appellante was werkzaam als inkomensconsulent en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze na een eerstejaars beoordeling omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellante geschikt was voor drie functies die samen een verdiencapaciteit van 82,52% van haar maatmaninkomen opleverden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordelingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name een slaapstoornis en vermoeidheid, waren onderschat en dat de richtlijn Depressie niet was gevolgd.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten van appellante adequaat waren meegewogen, inclusief de diagnose depressieve stoornis. Er was geen bewijs voor een slaapstoornis die een urenbeperking zou rechtvaardigen. De beëindiging van de uitkering werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante.