ECLI:NL:CRVB:2022:2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde avond- en ontbijtvergoedingen ambtenaar
Appellant, werkzaam als surveillant bij een overheidsorganisatie, declareerde vanaf mei 2018 avond- en ontbijtvergoedingen tijdens nachtdiensten. Na steekproefsgewijze controle keurde de teamleider een aantal declaraties af en werd appellant uitgenodigd voor overleg. De staatssecretaris besloot vervolgens tot terugvordering van circa €1.500,- wegens onverschuldigde betalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de structurele reisbewegingen inherent aan de functie van appellant niet kwalificeren als dienstreizen in de zin van het Reisbesluit binnenland, dat zich richt op incidentele dienstreizen.
De Raad vond geen reden om aan te nemen dat de staatssecretaris niet in redelijkheid tot terugvordering kon overgaan. Het feit dat de dagcomponent nog wordt vergoed, betekent niet dat de gedeclareerde avond- en ontbijtvergoedingen terecht waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van circa €1.500,- wegens onterecht gedeclareerde avond- en ontbijtvergoedingen.