ECLI:NL:RBZWB:2021:3503
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onterecht gedeclareerde verblijfskosten douanemedewerker afgewezen
Eiser, werkzaam als douanemedewerker bij het Fysiek Toezicht team, declareerde verblijfskosten over de periode van mei 2018 tot april 2019. De staatssecretaris van Financiën vorderde deze kosten terug omdat deze niet in het kader van een dienstreis waren gemaakt, zoals vereist volgens het Reisbesluit Binnenland. De rechtbank stelde vast dat eisers werkzaamheden bestonden uit surveilleren en patrouilleren, waarbij zijn reisbewegingen structureel en niet incidenteel waren.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak en de Nota van Toelichting bij het Reisbesluit Binnenland, waarin het incidentele karakter van dienstreizen wordt benadrukt. Eiser voerde aan dat de staatssecretaris ten onrechte dit incidentele karakter als voorwaarde stelde, maar dit werd verworpen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat medewerkers in de nachtdienst reeds gecompenseerd worden via een onregelmatigheidstoelage.
Daarmee was de staatssecretaris bevoegd en gerechtvaardigd om de terugvordering te effectueren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van verblijfskosten wordt ongegrond verklaard.