ECLI:NL:CRVB:2022:2139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over bezwaar inhouding loonbelasting en doorzending naar inspecteur
Appellant, voormalig ambtenaar bij het Ministerie van Defensie, maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting op een teruggevorderde bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. De staatssecretaris had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep tegen dit besluit afwees.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de inspecteur van belasting bevoegd is om te beslissen op bezwaar tegen inhouding van loonbelasting. De staatssecretaris had het bezwaar daarom niet mogen behandelen, maar had het moeten doorzenden naar de inspecteur van belasting.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van de staatssecretaris, verklaart het beroep gegrond en beveelt de doorzending van het bezwaar naar de bevoegde inspecteur. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het bezwaar moet worden doorgezonden naar de inspecteur van belasting.