Uitspraak
21.2575 PW
mr. C.A.K. Denneboom.
OVERWEGINGEN
€ 8.589,85.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een beroep van appellante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer tot terugvordering van bijstandskosten over de periode van 28 november 2014 tot en met 28 december 2015.
Eerder had de Raad voor de Rechtspraak de intrekking van bijstand over een langere periode deels vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen over de terugvordering. Het bestreden besluit stelde de terugvordering vast op €8.589,85.
Appellante voerde aan dat de terugvordering onevenwichtig was omdat uit de door haar overgelegde bankafschriften zou blijken dat haar vermogen onder de vermogensgrens was gezakt, waardoor zij weer recht op bijstand had. De Raad oordeelde dat de bankafschriften alleen begin- en eindsaldi bevatten en geen inzicht geven in de vermogensontwikkeling, waardoor niet kan worden vastgesteld wanneer zij weer recht op bijstand had.
Verder overwoog de Raad dat zelfs indien appellante haar vermogen had opgebruikt, het college een maatregel had kunnen opleggen waardoor zij alleen recht had op leenbijstand, en dat ook in die situatie het gehele bedrag teruggevorderd zou moeten worden.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €8.589,85 blijft in stand.