Uitspraak
21.4217 AW, 22/808 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de Nationale Politie sinds 2008 in diverse functies, vroeg in 2017 om plaatsing in een hogere LFNP-functie (Bedrijfsvoeringspecialist B, schaal 10). De korpschef wees dit af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar verschillen in functietoekenning tussen eenheden en kende betrokkene de hogere functie toe op grond van de hardheidsclausule.
De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel herzien. De Raad stelt vast dat twee van de vier door betrokkene overgelegde vacatures dateren van vóór de invoering van het LFNP in 2016 en daarmee niet relevant zijn. De overige vacatures bieden onvoldoende grond voor toepassing van de hardheidsclausule, omdat niet aannemelijk is dat betrokkene feitelijk niet aan de niveaubepalende elementen van de hogere functie voldoet.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de overgelegde vacatures niet aantonen dat betrokkene dezelfde werkzaamheden verricht als personen die wel in de hogere schaal zijn geplaatst. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraken en verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 september 2022, waarbij de korpschef in hoger beroep het gelijk krijgt en betrokkene geen hogere schaal wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de afwijzing van de hogere LFNP-functie wordt ongegrond verklaard.