ECLI:NL:CRVB:2022:2141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening ontslagbesluit wegens onbevoegdheid ambtenaar niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak die het ontslagbesluit van 18 december 2013 bevestigde. Het ontslag was verleend wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Verzoeker stelde dat een ambtenaar die het ontslagbesluit ondertekende niet bevoegd was, een feit dat pas in het najaar van 2018 aan het licht kwam na een Wob-procedure.
De Centrale Raad van Beroep toetste het verzoek aan artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten en omstandigheden die voorheen niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad benadrukte dat een verzoek om herziening niet onredelijk laat mag worden ingediend, waarbij een termijn van één jaar na bekendwording van de nieuwe feiten geldt.
Hoewel verzoeker het verzoek direct na de uitspraak van de rechtbank Limburg in oktober 2021 indiende, was hij al in het najaar van 2018 bekend met de onbevoegdheid. Hierdoor was het verzoek meer dan twee jaar te laat ingediend. De Raad verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.