Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2147

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21 / 4233 WW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens overschrijding beroepstermijn in hoger beroep UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat het beroepschrift tijdig was ontvangen binnen een week na afloop van de termijn.

De Raad overwoog dat de datum van het poststempel bepalend is voor de tijdigheid van het beroepschrift. Het beroepschrift was op 30 november 2021 gepost, terwijl de uiterste dag voor het indienen van het hoger beroep 25 november 2021 was. De interne verwerkingstijd bij de Raad is niet relevant voor de termijn.

Daarom is het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te kennen aan appellant. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree en uitgesproken op 6 oktober 2022.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 oktober 2022
21/4233 WW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 oktober 2021, 20/8090 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 14 april 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 25 augustus 2022. Appellant is daar verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 14 april 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend.
In verzet voert appellant aan dat volgens de overwegingen van de Raad bij verzending van een poststuk, dit poststuk binnen de termijn is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. In deze zaak is het hoger beroepschrift op dinsdag 30 november 2021 bij de Raad bezorgd. Intern heeft het bij de Raad vervolgens 2 dagen geduurd alvorens het beroepschrift op donderdag 2 december 2021 bij de Raad is ontvangen. In de overwegingen is niet aangegeven waarom een termijn van twee dagen is verstreken alvorens de Raad de betreffende stukken ontvangt. Was het poststuk op woensdag 1 december 2021 door de Raad ontvangen dan was het nog binnen de termijn geweest. Misschien was de post wel tijdig verdeeld naar de afdelingen, maar heeft de Raad het pas op 2 december 2021 opgehaald.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 14 april 2022. Appellant is door de rechtbank gewezen op de beroepstermijn van zes weken. De laatste dag om tijdig hoger beroep in te stellen was 25 november 2021 en het hogerberoepschrift is blijkens de stempel van PostNL op 30 november 2021 verzonden. Dit is buiten de termijn, het hoger beroep is daarmee te laat ingediend. De argumenten van appellant in verzet over de ontvangst van het poststuk berusten op een onjuiste lezing van de uitspraak van de Raad. De “week na afloop van de termijn” zoals in de uitspraak wordt genoemd, geldt als het beroepschrift voor het einde van de termijn is gepost. Volgens het poststempel is het beroepschrift op 30 november 2021 ter post bezorgd. In procedures zoals deze wordt uitgegaan van de datum van het poststempel. Dat betekent dat het hogerberoepschrift te laat is gepost.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van L. van der Veldt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) L. van der Veldt

EBV