Uitspraak
18.3683 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig kok, ontving sinds 1 juli 2015 een WW-uitkering en meldde zich op 3 december 2015 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde daarom de Ziektewetuitkering per 14 januari 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn paniekstoornis met agorafobie onvoldoende was meegewogen, dat hij geen gebruik kon maken van vervoer en dat een onafhankelijke deskundige ontbrak. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die bevestigde dat appellant beperkingen heeft, maar dat deze passend zijn verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat vervoersvoorzieningen de beperkingen in woon-werkverkeer kunnen oplossen.
De Raad oordeelde dat het rapport van de onafhankelijke deskundige zorgvuldig en overtuigend was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing gaf voor een urenbeperking. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt dat de bestuursrechter de innerlijke waarde van de wet niet mag toetsen en dat de gewijzigde FML een deugdelijke motivering vormt.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen ondanks zijn beperkingen.