ECLI:NL:CRVB:2022:2198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens ontbreken intensieve zorg
Appellante heeft op 10 december 2019 een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter, die meerdere gezondheidsproblemen heeft. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van het CIZ en het Beoordelingskader BUK, omdat de dochter geen intensieve zorg nodig zou hebben zoals vereist in artikel 7a van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat uit het CIZ-advies geen aanwijzingen blijken dat de dochter in ernstige mate meer zorg nodig heeft. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de dochter autisme heeft en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen astma heeft, en dat de intensieve zorgbehoefte niet is erkend.
De Raad constateerde dat de rechtbank onterecht het oudere CIZ-advies van september 2019 had beoordeeld in plaats van het advies van juni 2020, maar dit gebrek leidde niet tot vernietiging van de uitspraak. De Raad vond onvoldoende aanknopingspunten om de zorgscore van nul punten onjuist te achten en concludeerde dat de diagnose autisme niet gesteld kan worden op basis van het psychodiagnostisch onderzoek. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de afwijzing van de dubbele kinderbijslag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van intensieve zorg.