ECLI:NL:CRVB:2022:2206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand na pensioengerechtigde leeftijd terecht, beroep vertrouwensbeginsel faalt
Appellant kreeg bijstand ingetrokken per 12 juni 2019 omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen handhaafde deze intrekking na bezwaar. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij op verkeerde voorlichting van het college mocht vertrouwen dat de bijstand zou worden voortgezet, waardoor hij te laat een aanvullende inkomensvoorziening bij de Sociale verzekeringsbank (Svb) aanvroeg.
Appellant baseerde dit op passages uit een telefoonrapport van een gesprek met een medewerker van de Svb, waarin werd gesproken over vermeende verkeerde informatie van de gemeente. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het college toezeggingen of gedragingen had verricht waaruit hij redelijkerwijs mocht afleiden dat de bijstand zou worden voortgezet na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
De passages uit het telefoonrapport waren onvoldoende om onjuiste of onvolledige informatie van het college aan te tonen. Er was geen bewijs dat het college tegen appellant had gezegd dat de bijstand zou worden voortgezet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde daarom niet. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is terecht en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.