ECLI:NL:CRVB:2022:224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening Taxibus wegens voldoende participatie met openbaar vervoer
Appellante had een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een Taxibus op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven wees deze aanvraag af omdat appellante gebruik kon maken van het openbaar vervoer en een vervoersdienst, waarmee zij voldoende in staat werd geacht om deel te nemen aan het dagelijks leven.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat het besluit zorgvuldig was genomen en dat appellante met het openbaar vervoer en de vervoersdienst voldoende maatschappelijke participatie kon bereiken, waaronder haar vrijwilligerswerk. De stelling van appellante dat het openbaar vervoer niet volledig aan haar vervoersbehoefte voldeed, werd niet gevolgd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat het feit dat niet alle gewenste locaties bereikbaar waren binnen redelijke loopafstand niet betekent dat het college gehouden is een Taxibus te verstrekken. Er was onvoldoende bewijs dat appellante niet in redelijke mate kon participeren met het openbaar vervoer.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een Taxibus wordt afgewezen omdat appellante voldoende kan participeren met het openbaar vervoer.