Appellant, met een ernstige verstandelijke beperking en autisme, vroeg om een financiële maatwerkvoorziening voor autogebruik op grond van de Wmo 2015. De rechtbank had het college opgedragen een nieuw besluit te nemen over de omvang van deze voorziening, maar het college deed dit niet. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college niet terug kan komen op eerdere standpunten en dat de maatwerkvoorziening voor ruim 10.000 kilometers per jaar moet worden toegekend.
De Raad volgt de indeling van het autogebruik in zes categorieën zoals door de rechtbank en partijen vastgesteld. Voor sommige categorieën, zoals toeren en wandelen, kent het college geen vergoeding toe vanwege ruime beslissingsruimte. Voor bezoek aan begeleiders, winkels, huisarts en fitness kent de Raad een kilometervergoeding toe, gebaseerd op redelijke participatie en rekening houdend met reeds verstrekte voorzieningen zoals een duo-fiets.
De maatwerkvoorziening geldt vanaf 7 oktober 2020 tot en met vijf jaar na de uitspraak, dus tot 6 november 2029. Daarnaast krijgt appellant een proceskostenvergoeding voor zowel de bezwaar- als de beroepsprocedure. Het hoger beroep tegen één van de eerdere uitspraken wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.