ECLI:NL:CRVB:2022:227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste functietoewijzing na reorganisatie ondanks FIF-gebreken
Appellant, werkzaam bij de gemeente Amsterdam, werd in het kader van een reorganisatie geplaatst in de functie van allround 1 met salarisschaal 11. Hij voerde aan dat het functie-inventarisatieformulier (FIF) onjuist was en dat hij in een hogere functie, namelijk functie 2, geplaatst had moeten worden. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de rechterlijke toetsing bij inpassing in een generieke functie terughoudend is en beperkt blijft tot de vraag of de plaatsing op voldoende gronden berust. Hoewel het FIF op onderdelen niet correct was, is niet aannemelijk gemaakt dat dit tot een andere functietoewijzing had moeten leiden. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hij de taken van de hogere functie 2 verrichtte.
Verder is geoordeeld dat appellant niet in zijn procesmogelijkheden is geschaad, ondanks het ontbreken van een individueel koppelingsadvies en het niet opstellen van een nieuw FIF. Het college handelde binnen zijn bevoegdheid en volgde terecht niet het advies van de zienswijzencommissie. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de plaatsing in de functie van allround 1 wordt bevestigd.