ECLI:NL:CRVB:2022:228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig nemen van nieuwe beslissing op bezwaar ambtenaar
Appellant had bezwaar gemaakt tegen zijn plaatsing in een functie met salarisschaal 13 en de minister was door de Raad opgedragen binnen drie maanden na 24 september 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De minister is hier niet aan voldaan en heeft niet tijdig een reëel besluit genomen over de plaatsing van appellant in een passende functie binnen zijn gezagsbereik.
Hoewel er op 7 december 2021 een informeel gesprek heeft plaatsgevonden, heeft dit niet geleid tot een daadwerkelijke plaatsing of een reëel besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar wordt daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Het verzoek om een dwangsom toe te kennen wordt afgewezen omdat appellant de minister niet vooraf schriftelijk in gebreke heeft gesteld. De Raad oordeelt echter dat appellant er belang bij heeft dat de minister voortvarend handelt en legt daarom een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor iedere dag overschrijding van de termijn van twee maanden na verzending van deze uitspraak.
De minister wordt opgedragen binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarnaast wordt aan appellant het betaalde griffierecht van € 181,- vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar is gegrond verklaard en de minister is opgedragen binnen twee maanden een reëel besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.