ECLI:NL:CRVB:2022:2281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens niet-onrechtmatig besluit WMO-bijdrage
Appellant was toegelaten tot Hulp aan Huis met een bijdrage in Tarief 3. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om de bijdrage voor 2019 op nihil te stellen en reeds betaalde bijdragen te restitueren. Dit verzoek werd door het college afgewezen. Appellant handhaafde zijn verzoek en vroeg ook om restitutie van bijdragen uit voorgaande jaren, wat eveneens werd afgewezen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant wees het verzoek om schadevergoeding af omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn verzoek niet gericht was op herziening van het besluit, maar op schadevergoeding, en dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden door dit anders te kwalificeren.
De Raad oordeelde echter dat het verzoek van appellant inderdaad moet worden gezien als een verzoek om schadevergoeding en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen onrechtmatig besluit was. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2022.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens betaalde WMO-bijdragen wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.