ECLI:NL:CRVB:2022:23
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering gegrond wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante was tot 31 oktober 2015 werkzaam en ontving daarna een WW-uitkering. Vanaf 4 februari 2019 kreeg zij een Ziektewetuitkering vanwege tinnitusklachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken vast dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor de uitkering werd beëindigd per 19 december 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beoordeling en functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hielden met haar beperkingen, waaronder tinnitus en psychische klachten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten en beperkingen waren onderschat, met name de toename van tinnitus bij stress.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling en vond dat het UWV met recente medische rapporten voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellante. Er was geen aanwijzing dat de angstproblematiek op de datum in geding aanwezig was. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies geschikt waren, werd bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wegens onterechte beëindiging van de uitkering werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.