Appellant, met complexe medische klachten en diverse buikoperaties, werd door het CIZ geïndiceerd voor het zorgprofiel ‘VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging’ per 31 maart 2016. Hij stelde dat hij aanspraak maakte op een zwaarder zorgprofiel vanwege zijn medische situatie, hetgeen door CIZ werd afgewezen. Het zorgkantoor verleende het persoonsgebonden budget (pgb) passend bij het toegewezen zorgprofiel voor de jaren 2016 en 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de besluiten van CIZ en het zorgkantoor ongegrond. In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en verklaarde het beroep tegen de besluiten van CIZ gegrond, omdat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard. De Raad oordeelde dat het toegewezen zorgprofiel passend was, omdat niet was gebleken dat appellant specialistische verpleegkundige zorg nodig had die hoort bij het zwaardere zorgprofiel.
Tegelijkertijd bevestigde de Raad de uitspraak over het pgb van het zorgkantoor, omdat dit correct was berekend conform de Regeling langdurige zorg. De Raad veroordeelde CIZ tot vergoeding van de proceskosten van appellant en vergoedde het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt dat appellant bij verslechtering van zijn situatie een nieuwe aanvraag kan indienen.