ECLI:NL:CRVB:2022:2317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek OVW-periodieken ambtenaar politie
Appellante, werkzaam bij een politieorganisatie, werd per 1 juli 2016 geplaatst in een nieuwe functie. Zij verzocht de korpschef om herziening van besluiten van 16 december 2014 betreffende aanspraken op OVW-periodieken en nabetaling daarvan. De korpschef kende OVW-periodieken toe vanaf 6 februari 2020, de datum van het verzoek. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit dat haar aanspraak niet met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2016 werd toegekend.
De korpschef wees het bezwaar af omdat het besluit van 16 december 2014 in rechte vaststaat en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij het besluit van 16 december 2014 niet had ontvangen en dat haar plaatsing in de functie in 2016 een gewijzigde omstandigheid vormde.
De Raad verwierp deze argumenten: het verzoek tot herziening impliceert dat het besluit onherroepelijk is en de plaatsing in 2016 is geen nieuw feit of gewijzigde omstandigheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.