ECLI:NL:CRVB:2022:2323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig afsluiten zorgverzekering ondanks adresonderzoek
Appellant werd door het CAK op 14 juni 2019 schriftelijk aangemaand om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten. Omdat hij hier niet aan voldeed, legde het CAK op 14 november 2019 een boete van €402,24 op. Appellant maakte bezwaar, stellende dat hij vanwege een adresonderzoek niet als ingezetene kon worden aangemerkt en daarom niet verzekeringsplichtig was. Ook stelde hij dat het CAK na afronding van het adresonderzoek een nieuwe termijn had moeten stellen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor een juiste adresregistratie en tijdige verzekering. Het adresonderzoek maakte niet dat appellant niet als ingezetene werd beschouwd, en hij had voldoende tijd gehad om zijn zaken te regelen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Uit het dossier bleek dat het adresonderzoek niet betekende dat appellant niet als ingezetene gold. De Raad stelde dat appellant ruim voor het adresonderzoek een verzekering had kunnen afsluiten en dat het CAK op grond van de wet verplicht was een boete op te leggen bij niet tijdig afsluiten. Er was geen grond om een nieuwe termijn toe te kennen na afronding van het adresonderzoek.
Het hoger beroep werd afgewezen en de boete gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering wordt bevestigd.