Uitspraak
20 1409 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als keukenmedewerker en meldde zich op 22 januari 2018 ziek met hoofdpijn, nekpijn en spanningsklachten. Zijn dienstverband eindigde op 26 september 2018. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 22 februari 2019 op grond van een arbeidsdeskundig onderzoek waaruit bleek dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. Ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij recht heeft op de uitkering. Hij verwees naar een brief van zijn behandelend psychiater die een ernstige psychiatrische aandoening beschreef. De Raad liet een onafhankelijke deskundige, psychiater Van der Wurff, en een neuropsycholoog onderzoek verrichten. Uit hun rapport bleek dat appellant op de datum in geding een aanpassingsstoornis had, maar dat de beperkingen niet verder reikten dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 4 december 2018 waren opgenomen.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige, oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en bevestigde daarmee het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
De Raad wees tevens het verzoek om proceskostenveroordeling af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.