Uitspraak
21 497 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als chauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan nadat hij zich ziek meldde met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat hij belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat er sprake was van ernstigere psychische en lichamelijke klachten dan erkend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische informatie had meegewogen, waaronder recente behandelplannen, en dat er geen aanwijzingen waren voor een ernstigere stoornis dan een matige depressieve stoornis. Ook was er geen medische grondslag voor beperkingen in het samenwerken met collega’s.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen WIA-uitkering toekwam. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.