ECLI:NL:CRVB:2022:2384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als kassamedewerker, ontving een WIA-uitkering die het UWV beëindigde wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na bezwaar en beroep werd dit besluit deels vernietigd, maar de rechtbank handhaafde de beëindiging met toepassing van het juiste indexcijfer. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht zij om een onafhankelijke deskundige vanwege vermeende procesongelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie, inclusief psychiatrische rapporten, was meegewogen. Er was geen sprake van schending van het equality of arms-beginsel en geen aanleiding om een deskundige in te schakelen.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellante. De medische informatie van de psychiater en GZ-psycholoog bood geen aanleiding tot twijfel aan de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering van appellante per 16 maart 2020.