ECLI:NL:CRVB:2022:2400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht, dat volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigd is voor het indienen van het beroepschrift en hoger beroep, niet binnen de gestelde termijn is voldaan.
De gemachtigde van appellant is op 5 juli 2022 en nogmaals op 5 augustus 2022 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Raad concludeert dat appellant hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier M.C.G. van Dijk op 9 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.