ECLI:NL:CRVB:2022:2418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als verkoopmedewerkster en meldde zich in maart 2020 ziek met toename van klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 2 juli 2020 na een telefonisch medisch onderzoek waarbij zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Op 20 juli 2020 werd een nieuwe aanvraag voor ZW-uitkering geweigerd op basis van een soortgelijke medische beoordeling.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat er geen fysiek onderzoek plaatsvond en er onvoldoende overleg was met haar revalidatiearts. Zij voerde aan dat haar klachten wel degelijk medisch geobjectiveerd waren en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was tot aanvullend onderzoek. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en stelt dat de medische rapporten consistent en overtuigend zijn. Er is geen objectieve medische oorzaak voor de pijnklachten, maar dat sluit niet uit dat beperkingen bestaan. Echter, de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de beëindiging en weigering van de ZW-uitkering. Er is geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd en de weigering van een nieuwe uitkering is terecht bevestigd.