ECLI:NL:CRVB:2022:2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing traplift en elektrische deuropener als woonvoorzieningen op grond van Wmo 2015
Appellante, geboren in 1947 en met mobiliteitsbeperkingen, woont op de eerste etage van een flat zonder lift. Zij vroeg om woonvoorzieningen op grond van de Wmo 2015, waaronder een traplift en een elektrische deuropener. Het college weigerde deze voorzieningen omdat een traplift uit brandveiligheidsoverwegingen niet in de gemeenschappelijke ruimte mag worden geplaatst en een elektrische deuropener onvoldoende passend is gezien de blijvende problemen bij woningtoegang.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad onderschrijft dat de traplift niet geplaatst kan worden en volgt de rechtbank in het oordeel dat een elektrische deuropener geen passende voorziening is omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij nog langdurig zonder traplift haar woning kan bereiken.
De Raad wijst tevens op de mogelijkheid voor appellante om opnieuw een verhuiskostenvergoeding aan te vragen of gebruik te maken van een Klusvoucher. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de traplift en elektrische deuropener als passende woonvoorzieningen.